Maandelijks archief: juli 2013

Jobs

Net 678 pagina’s over het leven van Steve Jobs gelezen. Ik haat het woord ‘inspiring’ als het uit van die cliché-Amerikanen komt, maar omigod dat boek is inspirerend. Ik lees meestal niet graag biografieën, maar dit is truly unputdownable. Ik heb er zin van gekregen om ook een computerimperium uit de grond te stampen.

Het enige Apple produkt dat wij in huis hebben is een iPod, voor de rest is het al Android wat de klok slaat en heb ik een allergie aan gesloten ecosystemen. Ik wil vrijheid. Maar nu ik die biografie gelezen heb en een kijkje in de kop van Steve Jobs gekregen heb heb ik goesting om een iPhone te gaan halen – ware het niet dat die dingen zo belachelijk duur zijn. Het is een feit dat een Apple produkt die candy-factor heeft dat geen enkel ander toestel heeft. Je moét er gewoon mee prutsen en kan er niet afblijven met je grubby little fingers.

Ik heb al redelijk wat boeken over strategy, business, governance etc gelezen maar eigenlijk kunnen die allemaal vervangen worden door dit ene boek. Het gaat van begin tot einde over het niet aanvaarden van mediocrity, en de beste willen zijn in alles wat je doet. Ik  heb het ook al jaren moeilijk met mediocriteit, en ik probeer voor mezelf de beste te zijn in al wat ik doe, en ik probeer anderen te coachen richting ‘excellence’ en het niet gaan voor second best, maar wat Jobs gedaan heeft is toch van een andere dimensie. Hij had natuurlijk een zeer binaire geest (het een of het ander) die geen ruimte liet voor afleiding, en dat zorgde ervoor dat hij zich hé-le-maal op iets kon storten. En hij had geen schrik dat iets zou foutlopen, hij had iets in zijn kop en dat moest en zou realiteit worden. 

Het boek legt onder andere uit wat er met een succesvol bedrijf gebeurt als je verkopers aan de macht brengt. Ik erger me al tien jaar of meer aan het feit dat in veel bedrijven een vroegere sales manager opklimt tot CEO, en dat die dan vergeet wàt er verkocht moet worden, àls er maar verkocht wordt. Zo niet bij Apple, het produkt kwam op de eerste plaats voor Steve Jobs, en dat merk je. Je merkt het bij veel bedrijven als dat niet het geval is en als de produktafdeling geleid wordt door een bean counter die enkel de kosten wil drukken.   Het is allemaal niet meer wat het geweest is. Maar die iPod die intussen vier jaar oud is en intensief gebruikt wordt door vrouw en peuter, die blijft lekker gaan!

Een goeie raad voor de zomervakantie: lees de biografie van Steve Jobs – ook al ben je geen Appleman. Doe het voor je algemene ontwikkeling.

Advertenties

And now, for sure, I’ve seen it all

Gisteren waren we op het parkconcert in Aalst, en daar heb ik ongewild iets gezien. Ongewild, zeg ik, want mocht een netvlies makkelijk zijn in het onderhoud, en ik zou het kunnen wassen met bleekwater of een stalen borstel, ik zou het doen om te kunnen terugkeren naar tijden van voor het onfortuinlijke voorval.

Onverhoeds wendde ik mijn blik af van Sioen’s middelmatige optreden en daar was het! Een kontgewei! En nu vind ik een standaard kontgewei al niet om aan te zien, maar deze behoorde toe aan een would-be hippe eind-de-dertiger van de mannelijke kunne. Not good, people! Sommige dingen doe je toch gewoon niet als je over het verstandelijk vermogen beschikt om, wel, na te denken?

Maar dat concert van Sioen dus. Dat was middelmatig. Ik had veel nieuw materiaal verwacht aangezien hij toch een nieuwe cd uitgebracht heeft vorig jaar of zo, maar hij kwam met liederen van tien jaar geleden, of in ieder geval met een vibe van tien jaar geleden. En ik vond die toen al so-so. Maar bon, you get what you pay for en aangezien die parkconcerten gratis zijn zullen we maar niet te veel klagen. Het zal wel aan het volk gelegen hebben, die komen toch vooral voor de sfeer en niet voor de muzikanten. En dus ligt iedereen daar maar wat in het gras te liggen. Toch een suggestie, voor Sioen zelf: maak meer lichte popdeuntjes, dat gaat je het beste af.

We hebben kaarten voor The National in november, dààr kijk ik naar uit!


Happy End Things

In de categorie ‘sitcoms gebaseerd op Friends maar toch een beetje anders al gaat het ook over vijf of zes jonge gasten die al dan niet een koppel zijn en ergens in een grote stad wonen’, na The Big Bang Theory een nieuwe ontdekking gedaan: ‘Happy Endings’.

Terwijl ik zit te wachten op nieuwe afleveringen van Dexter moet ik toch ergens naar kijken, en een sitcom van een goeie 20 minuten per afleveringen is ideaal. Te kort om in slaap te vallen en I can get some giggles out of it.

Nu blijkt dat mijn collega mijn voorliefde voor absurd English comedy met me deelt heb ik eens zitten opsnorren wat ik nog allemaal moet zien in die rayon.

Monty Python, Fawlty Towers, The Young Ones, Bottom, Blackadder, The Thin Blue Line, The League of Gentlemen, Red Dwarf, Black Books, The Green Wing, Ab Fab, The Fast Show, Little Britain, Come Fly with me, Harry Enfield and Chums, The Office, Episodes, Extras, Father Ted, Men Behaving Badly, Allo Allo, One Foot in the Grave, dat heb ik al allemaal gezien.

The Middle heb ik nog niet gezien maar schijnt bijzonder goed te zijn. The Vicar of Dibley wordt vaak vermeld maar lijkt me wat ‘licht’ te zijn. Dad’s Army wil ik misschien ook nog wel eens zien. The Good Life is misschien nog wel wat. I’m Alan Partridge zou wel eens potentieel kunnen hebben.

In een ander leven had ik graag comedy writer geweest. En muzikant. En tekenaar. Hoe word je zo’n dingen eigenlijk?


Guess who’s back

Wat doet een mens, vijf jaar na een – letterlijk en figuurlijk verlammende – verlamming? Wel, terugkijken en denken: ‘god, is dat nu serieus al vijf jaar en counting?’

Verder ook veel zagen en klagen over hoe men veel sneller uitgeput is na zo een trauma (kan ook te maken hebben met de leeftijd natuurlijk) en hoe men vroeger een sportmens was maar nu niet meer want ook al is de verlamming weg, de beschadiging van het ruggenmerg blijft en sporten zit er niet meer in door errug vervelende spasticiteit.

Dan maar focussen op wat wel nog mogelijk is: werken, werken, boeken lezen, werken, spelen met electronische gadgets en doodahs, nog wat werken, en klagen over how it’s all going to hell en de mensen niet meer kunnen schrijven en dat dan maar goedpraten door te doen alsof foutloos schrijven zwaar overrated is.

Het is niet alleen dat schrijven, het gebeurt tegenwoordig met meer en meer: iemand kan iets niet of niet goed, en in plaats van dan de moeite te doen om het aan te leren en zichzelf te ontplooien wordt er gekozen voor de easy way out: het onderwerp in kwestie afdoen als irrelevant of nutteloos. Ik merk het meer en meer in Brussel, waar iets vergelijkbaars gedaan wordt met het Nederlands. Franstaligen die geen Nederlands spreken doen de taal dan maar af als ‘Jiddisch’, of als ‘boeventaal’ waar je toch niets aan hebt, dus waarom zouden ze het leren?

Wel pardon my french, maar iemand die zich van zulke truken bedient om zichzelf beter te voelen over een tekort kan voor mijn part l’arbre dedans. Mijn Frans is niet perfect maar ik spreek het wel al vijftien jaar op min of meer dagelijkse basis. Ik kan me probleemloos uitdrukken (vele malen beter dan onze minister van mobiliteit in het Engels, that’s for friggin sure), maar tegenwoordig weiger ik om in Brusselse winkels Frans te spreken. De vanzelfsprekendheid waarmee Frans gesproken wordt en Nederlands straal genegeerd is één ding, maar mijn taal (en in één beweging mijn cultuur) afdoen als quantité négligeable is van een héél andere categorie. So there. Als je mijn geld wil mag je gerust de moeite doen mijn taal te spreken.

Naast het me constant bevinden in of andere staat van ergernis of opwinding(linkerbaanvakrijders awoert!) heb ik al een paar jaar een andere hobby: lezen. Sinds de komst van de ebooks en een app waarmee ik die dingen op mijn telefoon kan lezen heb ik ten allen tijde een drietal boeken gaande. Ik lees consequent een roman, een ‘algemene ontwikkeling’-boek en een boek over een of andere methodologie die me kan helpen bij mijn werk. Dat gaat dan over service of project management, architectuur, kwaliteits- en risicobeheer, enfin allemaal dingen die je liever niet leest bij je bord corn flakes.

Drie jaar geleden heb ik zelf een boek geschreven, over wat ik meegemaakt heb in 2008. Sindsdien zit ik te twijfelen of ik het zou durven (willen) delen met de wereld. Een boek schrijven over jezelf is iets heel anders dan een verhaaltje fantaseren over een wereld waarin vampieren nietsvermoedende arme drommels aanvallen, je geeft plotseling wel heel veel bloot. En wie gaat dat dan lezen? Aan de andere kant schrijf ik wel nog steeds heel graag, en ben ik aan het twijfelen of ik nog eens een boek zou plegen. Maar dan komt het: waarover zou dat dan moeten gaan?

Ik merk dat er twee types ‘schrijvers’ bestaan: zij die creatief kunnen schrijven en een verhaal kunnen bedenken, maar die lijken me dan meestal niet bezig met futiliteiten zoals schrijffouten, als het verhaal maar vlot binnen gaat (function over form). En dan is er een tweede categorie die meer met de technische kant van het schrijven bezig is(form over function) en die wil niet dat er gezondigd wordt tegen de taal. Geen dt fouten, geen stijlfouten of slechte vertalingen uit andere talen, geen leenwoorden waar het anders kan, enz. Ik zit meer in de tweede categorie, vrees ik. Ik kan wel een stukje schrijven, maar een heel boek? Waar ik dan met een origineel idee op de proppen moet komen? Hmm. En ik weet wel, beter goed gepikt dan slecht uitgevonden, maar toch. En als je over zoiets begint na te denken gaat er weer een nieuwe wereld open: waar ik vroeger ‘schrijver’ zag als een label voor ‘iemand die schrijft’, weet ik nu dat er nog veel meer subcategorieën bestaan dan wat ik eerst voor mogelijk gehouden had. En zoals in alle subject matters geldt ook hier dat je niet noodzakelijk een richting moet kiezen als je het wat vrijblijvend wil beoefenen, maar als je ergens toch een zeker niveau wil bereiken moet je kiezen wat je nu precies wil zijn en daar dan stapsgewijs beter in worden.

Iets vergelijkbaar kan je zien bij bedrijven, sommigen doen alles tegelijk en beletten bijgevolg zichzelf om ergens de beste in te worden. Terwijl stap één simpel is: pick one. Kies iets dat je ligt, kill eventueel je darlings en ga voor die ene richting / tak / business. Veel bedrijfsleiders breken zich de kop over het zoeken naar een origineel idee en missen kansen omdat ze vrezen dat iets geen gat in de markt is en dat er al te veel concurrentie is die hetzelfde doet. Maar dat is het juist: er zijn geen gaten in de markt meer – afgezien van hier en daar een kleintje. Je moet er niet naar zoeken, het volstaat meestal iets aan te bieden waarmee je een goede waarde levert voor de prijs die je aanrekent. En dus zorg je er beter voor dat je specialiseert in je vakgebied, dat je je vaardigheden continu bijschaaft tot je ‘echt goed’ bent in je vak. En als je ‘echt goed’ bent zal je wel opgemerkt worden. Als je dan ook correcte prijzen aanrekent voor iets wat een klant nodig heeft ben je al een heel eind op de goeie weg. Dus in de plaats van continu na te denken over wat eventueel nog niemand anders aanbiedt, heb ik besloten een richting te kiezen (service management in dit geval) en me hierin te verdiepen tot ik het expert-niveau bereikt heb. Ik zal niet de enige zijn maar ik zal zeer zeker wel de beste zijn. (if you don’t have self confidence, what do you have?)