Categorie archief: Media

Boeken

Vervelend zeg: ik heb niet genoeg uren in een dag en niet genoeg dagen in mijn leven om alle boeken te lezen die ik zou willen lezen. Ik heb meerdere dagen nodig om door een boek te geraken, en ik wil ook nog andere dingen doen dan dat. Ik lees zoveel mogelijk in mijn schamele vrije minuten, en ik wil altijd zo lang mogelijk genieten van een goed boek, maar tegelijkertijd wil ik dat het zo snel mogelijk uit is dat ik aan het volgende kan beginnen. Vroeger deed ik moeite om me toch door ‘minder interessante’ boeken te worstelen, tegenwoordig leg ik ze aan de kant voor als ik eens niets anders te lezen heb. Maar ik begin, met die digitale boeken en zo, wel meer en meer te vrezen dat dat moment nooit zal komen.

Ik wil nog een hele hoop schrijvers ontdekken, maar nog voor ik eraan kan beginnen heb ik alweer anderen ontdekt (David Baldacci momenteel), waardoor die die ik nog wou ontdekken alweer moeten wachten. En zo komt het dat hier boeken al zes of zeven jaar in de kast staan zonder aangeraakt te worden. Zonde.

Ondertussen liggen er hier nog honderden films en cd’s die ook bekeken en beluisterd moeten worden. Wanneer ga ik dat allemaal doen, als ik elke vrije minuut met mijn dochter wil doorbrengen? Er zal een en ander moeten wachten, vrees ik. Wanneer ga ik op pensioen? Nog maar 28 jaar werken en ik zal tijd hebben! In 2039 zal ik tijd hebben om te lezen! Hopelijk zijn er dan nog dvd spelers waarop ik mijn – tegen dan waarschijnlijk ongelooflijk verouderde wegens in 2D en niet in 4 of 5D (wie gebruikt er dan nog 3D, pfoeh) of in holografische vorm – dvd schijfjes zal kunnen afspelen. Misschien moet ik mijn oude dvdspeler die hier in de kast staat nog niet weggooien maar in een time capsule steken. Of beter: eerst eens op de death clock kijken of het wel de moeite is, ha!

Advertenties

Feedbooks

Sinds ik anderhalf jaar geleden een Android e-reader heb gekocht ben ik niet meer gestopt met boeken downloaden en lezen. Ik ga bijna dagelijks op http://www.feedbooks.com rondsnuffelen op zoek naar nieuw leesvoer. Sommige amateur schrijvers die ik daar leren kennen heb zijn echt zeer goed, en slagen er in om een pakkend verhaal te schrijven, waardoor ik verder zoek naar meer. Anderen schrijven goeie verhalen maar kunnen geen volzin foutloos op e-papier krijgen, waardoor ik na één, maximum twee boeken opgeef en de rest van hun werk met geen lange tang meer wil aanraken. Ik weet dat het interessante tijden zijn waarin iedereen een boek kan publiceren, maar hoe geestig het ook is, als je het verschil niet kent tussen your en you’re, of het verschil niet kent tussen een bijwoord, een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord, dan zou je beter op zoek gaan naar een editor, iemand die alles eens naleest voor jou, of misschien zelfs een ghostwriter. Zo heb ik onlangs een paar boeken gelezen van S.C. Stephens: ‘Thoughtless’ en ‘Effortless’. Twee lichte verhaaltjes over de belevenissen van een jong koppeltje. Om een of andere reden kon ik niet stoppen met lezen, ik wou weten wat er verder ging gebeuren. De definitie van een pakkend verhaal dus. Maar hier en daar stonden er tamelijk onvergeeflijke taalfouten in de boeken, en dat maakt de hele leeservaring… bleh. De boeken van Ivan B zijn nog erger: goeie verhalen die de boeken ‘onneerlegbaar’ maken, maar schrijffoùten! En stijlfouten! My dear god, die mens schrijft slechter Engels (wat vermoedelijk wel zijn moedertaal is) dan ik op mijn 12de. En dus ben ik ermee gestopt zijn boeken te lezen. Jammer.

Het laatste boek dat ik gedownload en gelezen heb is een soort van ‘self-help’ vehikel. ‘How to achieve massively in 2011′ heet het, en aangezien ik altijd open sta voor advies over hoe ik beter kan presteren heb ik het gelezen. Het betrof iets van een 20 pagina’s dus op een uur of zo had ik  het wel uitgelezen (vijf minuten hier, tien minuten daar, hoe gaat dat). De schrijver blijkt een 26jarige veteraan te zijn, die na een paar jaar oorlog tot een aantal ‘epiphanies’ gekomen was en er een boek over geschreven had. Het zoveelste ‘yes we can!’ boek, maar het is wel goed geschreven. Die kerel ziet heel goed dat er een lijn is tussen oprecht motiverend spreken/schrijven, en irritant en “over the top” Steve Ballmergedrag waarin vele van die zelfverklaarde motivational speakers zich verliezen, en hij weet aan de juiste kant van de lijn te blijven.

Het boekje heeft het vooral over ‘bewustwording’, een term die ik zelf meer en meer begin te gebruiken. De opleiding ITIL die ik geef gaat over bewustwording op professioneel gebied: wat is jouw job eigenlijk? Wat houdt het in? Waarom doe je wat je doet? Waar in de IT afdeling bevind je je ergens? En: waarom ben je ongelukkig in je job? Sinds ik zelf dat soort opleidingen beginnen volgen ben snap ik meer en meer wat er rondom me gebeurt – op professioneel vlak. Ik ben meer en meer dingen beginnen inzien, anders beginnen te denken en ook meer ‘out of the box’ beginnen denken.

De schrijver kaart het onderwerp ‘mindhacking’ aan, iets waar ik achteraf bekeken al een paar jaar mee bezig was zonder het benoemd te hebben. Mindhacking is het ‘rewiren’ van je brein, het anders aansluiten van bepaalde draadjes, waardoor je ongebruikt potentieel vrijmaakt en andere dingen kan bereiken. Doelen die je nooit had durven stellen omdat ze onrealistisch leken worden plots mogelijk. In essentie gaat het over jezelf ‘herkweken’ door elke keer als je nee denkt je te verplichten er een ‘ja’ van te maken. ‘Ik kan dat niet’ moet een ‘yes I can’ worden, en als je dat enkele tientallen keren kan doen dan wordt het een automatisme, dan zal er geen ‘neen’ meer in je opkomen. En dan worden dingen die vroeger onmogelijk leken plots wel mogelijk. Die dingen worden niet als bij toverslag mogelijk, maar lukken doordat je niet meer stopt met proberen na drie pogingen, maar blijft verder doen en blijft proberen tot het je lukt – al moet je 50 keer proberen.

Een ander onderwerp waar ik me al enkele jaren in verdiep is NLP: neuro linguistic programming. Het zit wat in dezelfde sfeer, het aanleren en overbrengen van bepaalde vaardigheden op andere mensen. Om dat te kunnen bewerkstelligen moet je natuurlijk eerst een vorm van ‘bewustwording’ bereiken. Je moet een soort van aha-Erlebnis meemaken alvorens je het allemaal in kaart kan beginnen brengen. Enerzijds helpen deze dingen om jezelf te trainen en om nieuwe dingen aan te leren waarvan je vroeger niet zou gedacht hebben dat je dat ooit zou kunnen. Anderzijds helpt het om beter te communiceren: als je beseft van jezelf hoe je op bepaalde dingen reageert, helpt dat om anderen te begrijpen. En als je anderen begrijpt, kan je hun gedrag beginnen ‘leiden’ (in bepaalde mate uiteraard). Je kan het gedrag van je collega’s beginnen beïnvloeden door je houding en je manier van communiceren te veranderen. We hebben allemaal al wel eens een collega horen “Ik weet niet wat ik verkeerd doe, maar…” zeggen – of erger, we hebben het zelf wel al eens gezegd. Als je zoiets zegt heb je de ‘bewustwordingsfase’ wellicht nog niet doorgemaakt. Als je in een situatie zit waarin het al een hele tijd niet klikt tussen jezelf en een collega (of iemand anders), probeer dan eens een andere aanpak. Kijk naar wat je doet, wat je zegt, je houding tegenover die persoon, en verander die. Het kan over subtiele wijzigingen gaan zoals je bovenlichaam of je voeten in de richting van je gesprekspartner draaien ipv weg van hem/haar, of je gesprekspartner in de ogen kijken tijdens een discussie, maar het kan een enorm verschil betekenen. Sommige mensen doen deze dingen automatisch, maar anderen hebben het simpelweg niet in zich’. Door die fase van bewustwording door te maken kan je beginnen aan een zelfanalyse, en beginnen sleutelen aan jezelf.

Anyway. Wat ik éigenlijk wou zeggen is dat ik altijd gedacht had dat een boek schrijven niets voor mij was, maar dat ik nu merk dat er meer en meer auteurs opstaan, mensen die enkele kortverhalen schrijven en in epub-vorm op het internet gooien, in veel gevallen zonder zich al te veel zorgen te maken over schrijf-, typ-, taal- en stijlfouten. Het is ook erg makkelijk geworden allemaal: vroeger moest je op zoek naar geld, want je had een uitgever nodig, aangezien het de bedoeling was je schrijfsels op papier te laten drukken moest het meteen allemaal juist zijn dus je had een eindredacteur nodig om het allemaal na te lezen, én dan had je ook nog een kanaal nodig langs waar je boeken zouden verkocht worden. Nu dat allemaal weggevallen is, kan iedereen die een pc heeft zichzelf tot auteur uitroepen. Bij deze roep ik mezelf uit tot auteur: ik heb een boek geschreven. Een dun boek, weliswaar, maar toch een boek. Ik zat al lang met het idee om eens op te schrijven wat me allemaal overkomen is de laatste jaren, en ik heb het nu eindelijk echt gedaan. Niet sec alle feiten opgenoemd, maar geprobeerd er een interessant verhaal van te maken dat ook leuk is voor mensen die me niet kennen – en ook mijn blog niet gelezen hebben in de periode toen het me allemaal overkwam (drie jaar geleden alweer). Nu nog een epub van maken en online gooien.En dan wachten tot ze er een weekendfilm van maken.

Wat ik zie gebeuren bij een paar van die amateurschrijvers is dat ze hun boeken eerst gratis aanbieden op Feedbooks. Als hun boeken een aantal keer gedownload zijn beginnen de eerste mensen hun gedacht ervan te zeggen: ze zetten een review over het boek online. Als die reviews positief zijn krijgt het boek momentum, en willen anderen het ook lezen. Zo kan er in relatief weinig tijd een hype ontstaan, en dàt is het ideale moment om de boeken niet meer gratis aan te bieden maar er een klein bedrag voor te vragen, 2 of 3 dollar bijvoorbeeld, iets wat mensen gemakkelijk betalen. Elke dollar/euro die betaald wordt is uiteindelijk winst, want er zitten geen editors en publishers tussen die betaald moeten worden en die er voor zorgen dat lezers 25 euro moeten betalen voor je boek. En who cares dat er dan een paar honderd man je boek gratis gelezen hebben? Het zijn wel die mensen die je momentum bezorgd hebben, dus je moet ze dankbaar zijn! Is dat geen onnoemelijk beter en rechtvaardiger systeem dan hoe het vroeger was (en nog altijd), de uitgever die met 85 % van de opbrengst aan de haal gaat en de schrijver zelf die het met wat kruimels moet stellen? De hele entertainmentindustrie kan er nog lessen uit trekken. Dat wild om zich heen slaan en torrentsites laten afsluiten (haha, afsluiten door de DNS records te laten wijzigen), het helpt niet. The future is now, niets aan te doen, het is de new world order. Get with the program.


Merkkledij maakt de man

Een knap staaltje journalistiek, gisteren in De Standaard. Zo staat er:

Wie merkkleding draagt, bij voorkeur met het logo duidelijk zichtbaar, plukt daar professioneel de vruchten van. Dergelijke werknemers genieten meer aanzien, krijgen makkelijker medewerking en verdienen meer geld – hoe zouden ze anders merkkledij kunnen kopen – dan collega’s getooid in witteproductentextiel.

Dat blijkt uit onderzoek van Rob Nelissen en Marijn Meijers van de Universiteit van Tilburg. Hun bevindingen worden gepubliceerd in Evolution and Human Behavior.

De onderzoekers lieten vrijwilligers foto’s zien van een man met een poloshirt. Die foto werd digitaal bewerkt zodat het polo een Lacoste of Hilfiger-logo had en daarna een goedkoper Slazenger-logo of zelfs helemaal geen logo. Wat bleek? Wanneer de man het Hilfiger of Lacoste-logo droeg, kreeg hij door de deelnemers een hogere status toegemeten op een schaal van 1 tot 5 (3,5 voor Lacoste en 3,47 voor Hilfiger), dan wanneer hij geen logo (2,91) had of het Slazenger-logo (2,84) droeg.

Dat noemen ze tegenwoordig ‘onderzoek’. Mensen (vrijwilligers, dus geen representatief staal van de beroepsbevolking, voor zover ik kan zien) kregen wat foto’s onder de neus geduwd en moesten zeggen of de persoon, die ze van toeten noch blazen kennen en zelfs niet eens in het écht te zien krijgen, ‘ne sjieke persoon’ was of niet, en of ze dachten dat die hoger op de corporate ladder stond dan anderen.

What a load of bollocks. Ik ken mensen die het professioneel gemaakt hebben (maar wat is dat, het ‘gemaakt hebben’?) zonder ooit één logo te tonen en ik ken er ook die zich elke dag van kop tot teen hullen in merknamen maar die daarom geen betere carrière hebben. En is het eigenlijk wel relevant? En moet dit soort waardeloze ‘onderzoeken’ wel in de krant gezet worden? Dat ze het publiceren in ‘Evolution and Human Behavior’, tot daar aan toe. Maar in een gewone krant ‘for the masses’? Of is dit een verdoken commerciële truuk, een poging om de mensheid merkkleding te laten kopen? Ik snap de bedoeling niet.

Maar wat een flutkrant, De Standaard.


Are they kidding me?

Kijk, dit vind ik dus vreselijk, albeit typisch Belgisch:

Isoleren verhoogt kadastraal inkomen niet

Je huis beter isoleren wijzigt niks aan het kadastraal inkomen van je woning. Dat schrijft Le Soir zaterdag.
Het feit dat ze daar nog moeten over discuteren! Dat hele kadastraal inkomen is toch gewoon diefstal! ‘Als u uw huis zou verhuren zou er x euro voor kunnen krijgen, meneer, maar aangezien u het niet verhuurt maar er gewoon zélf gaat in wonen, moet u dit maar één keer per jaar aan de staat betalen’.
What the hell? Waarom moet ik huurgeld – dat ik nooit krijg want IK VERHUUR NIET – doorstorten aan de staat, die al op honderd andere manieren in mijn zakken zit? En waarom zouden werken aan je huis het K.I. verhogen? Denk je dat een potentiële huurder meer gaat geven omdat je plots dubbel glas steekt of rockwool in het dak? Neen dus. Maar bon, ze hebben de juiste beslissing genomen, dus ik mag eigenlijk niet klagen. Maar toch! Kunnen ze sommige dingen niet gewoon zonder gedoe beslissen? (jaja, ik ken het antwoord op die vraag)

Journalistieke vrijheid mijn oor

Aan de onvolwassen, oppervlakkige journalist die in dit artikel in de – bij deze opnieuw bevestigd – riooltabloid hln.be de persoon in kwestie omschrijft als “tientonner” en “vetkwab”: u bent een onbeschofte aap.

Manieren heeft men u blijkbaar nooit bijgebracht, laat staan respect voor uw medemens. En zelfs al heeft u niet het minste respect voor uw medemens, dan had u ook andere termen kunnen gebruiken uit respect voor uzelf of voor uw beroep. Voor uzelf: waarom moet u zich verlagen tot het gebruik van denigrerende woorden in een massaal bezocht medium? Wat maakt dat van u? Wenst u dan niet het niveau van uw krant wat op te krikken? Of vindt u misschien dat het toch al een verloren zaak is, en dat u dan maar beter mee kan doen met de totale verloedering en demoralisering van de maatschappij? Wenst u niet het goede voorbeeld te zijn voor kinderen, die uw minderwaardige stukken misschien wel lezen? Ze zouden er iets van kunnen leren, maar in dit geval blijft dat beperkt tot het uitlachen van de medemens omdat hij/zij anders is. ‘Haha, kijkt hoe nen dikken.’ ‘Haha, kijkt wat ne raren.’ ‘Haha, kijkt wat voor een lelijke.’ ‘Haha, kijkt hoe da dienen stapt.’ Het is allemaal zo subjectief enerzijds, en zo doorzichtig anderzijds. Want waarom doet men zoiets? Om zichzelf beter te voelen.

Zit u niet goed in uw vel, meneer (of mevrouw) de journalist? Misschien moet u eens naar de arbeidspsycholoog gaan. Dan kan die u informeren van het feit dat u naar buiten toe een onbeschofte aap bent, en dat u dat misshien kan achterwege laten door aan uw binnenkant te werken.

Either way: dit soort taalgebruik hoeft voor mij echt niet.

En de eindredactie was alwéér in geen velden of wegen te bespeuren zeker?


Laurence Tureaud

Daarnet toonden ze in “de jaren stillekes” een filmpje met mister T. Ik ben een fan (meer van het programma dan van Mr. T):

Ook in de jaren stillekes: de verkiezing van Pas De Deux voor de het Eurosongfestival. Groot protest van uit het publiek, maar toch kent iedereen nog altijd het liedje, terwijl de rest in de vergetelheid weggezonken is.

En Steven Van Herreweghe is een zeer goeie presentator, eindelijk iemand die mee kan doen in de BBC-categorie. Vind ik toch, ik moet die uitspraak relativeren want er zijn nogal wat mensen die vinden dat niets of niemand kan tippen aan de BBC. Ik ben al content dat het eindelijk de goeie richting uitgaat met de Belgische tv. Fingers crossed.


Homobaby? Really?

homobabyIk las de titel van dit artikel en ik dacht: “maar hoe kunnen ze dat weten, dat die baby homo is?”

Leest die journalist dat dan niet na, en denkt hij niet bij zichzelf: “misschien is ‘homobaby’ niet echt het geschikte woord”? En zegt de eindredacteur daar niets van? Ha nee, juist, de eindredacteurs zijn overal ontslagen omwille van de crisis, ik was het alweer vergeten.

Ik moet echt echt … wait for it … écht stoppen met de krant te lezen, en al zeker HLN.be. Of ik moet beginnen met een taalkundige sloddervos te worden en ook zo turbotaal te schrijven die de jeugd van tegenwoordig gebruikt, dan zou ik me er misschien niet meer zo aan storen. Maar die commentaren op de site van HLN, die zijn de moeite waard.

En what is ùp met die nieuwslezers die de eind-n van werkwoorden niet meer uitspreken? En die hun onnozele trend nu ook doortrekke naar zelfstandig naamwoorde? Waarom toch? Wat hebbe die woorde jullie misdaan? Verdiene ze het niet meer, volledig uitgesproke te worde?

Ok, I’ll just go and take a chill pill now.