Tagarchief: Rus

Geeuw

Het is zondag en ik ben om zes uur opgestaan. Tot vijf jaar terug ging ik systematisch pas om zes uur slapen – op vrijdag en zaterdag welteverstaan. Als ik voor zes uur in bed lag was er iets fout. Dat kon ik gewoon niet maken, stel dat ik net dàn zou in bed liggen als er vanalles zou gebeuren. Stel dat ik net die éne toffe nacht zou missen door iets triviaals als nachtrust.

Maar vandaag was ik toch wel ridiculously vroeg op. Ik heb wel een goeie reden: ik moest Liuda naar Zaventem brengen. Ze is ervandoor, of toch de komende elf dagen. Het schaapje kon eindelijk eens terug naar haar moederland, vorig jaar is het er door al onze miserie niet van gekomen omdat ze me niet kon en wou alleen laten, maar deze keer dus wel. Toen we enkele maanden geleden haar reis boekten dacht ik dat ik de tocht niet aan zou kunnen alsdat het toch wel de moeite is qua afstand en tijd, maar nu had ik eigenlijk willen mee gaan. Had ik op voorhand geweten dat ik zoveel zou ‘aangesterkt’ zijn, dan was ik zeer zeker mee op het vliegtuig gestapt.

Die reis… Tja. Het vliegen valt wel mee, tot Moskou is het iets meer dan drie uur. Maar dan ben je nog maar in Moskou, en dan begint het avontuur pas. Mijn schoonouders wonen in Kursk, en neen, dat is geen havenstad. Er is een aantal jaar terug een duikboot gezonken die ‘Kursk’ heette, en die was naar de stad genoemd. Kursk is namelijk zowat het Waterloo van Rusland, blijkbaar is daar een zware slag gestreden tijdens de Groote Oorlog, vandaar. Er staan heel wat tanks en vliegtuigen in de omgeving. Maar om daar te geraken moet je dus de trein op, en moet je maar liefst zeven uur bollen. Normaal gezien nemen we dan de nachttrein omdat je dan toch wat kan slapen, maar dat betekent ook dat de reistijd dan langer wordt. Het vliegtuig op om half tien op zondag, in Moskou rondhotsen tot de nachttrein vertrekt (elf-half twaaf) en dan de hele nacht onderweg zijn, tot half zeven of zo. Dus ben je toch makkelijk 24 uur onderweg voor een bezoekje aan schoonma en schoonpa. Iets dat we niet elke week doen, for obvious reasons.

En dan sta je in Moskou Centraal, en dan zie je dit:

Moskou

Mockba! En dan ben je ergens waar je met niemand kan praten, waar je de weg niet kan vragen als je verloren gelopen bent, en waar je zelfs de wegwijzers niet kan lezen. Een andere wereld, zo lijkt het. Gelukkig had ik een privé tolk meegenomen in de vorm van mijn zus, het talenwonder dat sinds kort ook beschikbaar is voor vertalingen in redelijk wat talen, maar nog geen eigen website heeft dus hier, een link naar de site van haar partner (sluikreclame, I know).

Maar mits vergezeld van de juiste gids kan je je ogen daar wel open trekken bij het zien van zoveel moois. De snoepjeskleurige gebouwen bijvoorbeeld:

Moskou5

Het huis van Pushkin, de dichter:

Moskou13

Deze kent iedereen wel: de kathedraal van Vassily de Gezegende, al heb ik hem ook al Vassily de Zwakzinnige horen noemen. Op de achtergrond het Kremlin, met rechtsonderaan het mausoleum van Lenin.

Moskou11

Moskou3

En aan de andere kant van het Rode Plein: een shopping centrum, but not as we know it!

Moskou6

En een Slechterikkengebouw dat mij altijd aan de Green Goblin uit Spiderman doet denken (don’t ask, mijn verstand doet soms rare dingen):

Moskou2

En dan op naar Kursk, waar de gebouwen iets minder imposant zijn maar wel nog altijd geestig:

Kursk2

Kursk3

Kursk4

Conclusie: ik wil nog wel eens terug naar Rusland.

Advertenties

Gabarit paroeski

We hebben een Rusje op bezoek, een vriendin des huizes. Ik vind het altijd plezant om volk in huis te hebben. Ook al heb ik vele jaren ganz allein gewoond, ik zou het niet meer kunnen. Ik loop al verloren als ons Mona er even niet is.

Maar nu is er dus een Rusje aanwezig, die wonderwel Engels spreekt. Ik kan met haar communiceren, dat is al veel waard, maar als ze samen met Liuda begint te ratelen zit ik er toch maar voor spek en bonen bij. Ik denk dat ik intussen een stuk of 60-70 Russische woorden ken (en het helpt dat er redelijk veel Russische woorden min of meer hetzelfde zijn als de Nederlandse variant), maar dat is toch niet voldoende om iets te begrijpen van wat ze zeggen. Af en toe hoor ik iets dat ik herken, en dan veer ik op en denk ik dat weet waarover het gaat, al is het meestal iets anders. Als ik ze plots naar mij zie kijken denk ik dat ze over mij aan het kletsen zijn. Een mens zou er paranoïde van worden.

Toch handig, een taal spreken die niemand in de omgeving begrijpt. Je kan lekker ongestraft roddelen over iedereen rond jou, geestig. Tot er plots een landgenoot naast jou staat die het wél begrepen heeft.