Tagarchief: Zomer

BBQ

 

De vogeltjes floten, het zonneke scheen (eerst aarzelend maar dan voortecht), en we hebben onze eerste barbecue van het jaar gehouden. Mijn eerste barbecue ever eigenlijk, of toch bij ons thuis. De elektrische barbecuecontraptie stond al zeker twee jaar op zolder stof te vergaren, maar nu hebben we het toestel dus ingewijd. Het werkt verbazend goed, zo een ding, en zonder de hassle van kolen of kokosbriquetten. Maar dus ook zonder het plezier van vuurke-stook, iets waar vooral mannen de fun van inzien. Maar zo een elektro-bbq dus, het is een gemak: vijf minuten opwarmen en het vlezeke kan er al op.

David en Magda hadden het dessert mee, oh joy: Australian Home Made Ice Cream in een potje! Eindelijk kan ik in de supermarkt een pot van die lekkernij halen en thuis in de vriezer stoppen! Eindelijk zal ik de ijswinkels in Brussel en in Gent kunnen weerstaan, eindelijk zal ik niet meer moeten klagen dat één bol te weinig is en twee te veel, maar dat ik wel moét twee bollen nemen want ik wil twee smaken proberen (eentje is zo saai). Eindelijk zal ik het plezier kunnen spreiden over meerdere dagen en niet alles in één sitting moeten opeten! (who am I kidding, we hadden twee potten ijs en ze waren allebei leeg in een half uur tijd)

Ik heb ook mijn eerste coucheke zonneschijn gekregen: ben een héél klein beetje verbrand. Het weze een waarschuwing; vorig jaar ben ik namelijk nauwelijks buiten geweest om van het weer te genieten en ik zou van deze keer wel eens héél hard verbrand kunnen raken.

’s Avonds was onze pauw terug van de partij: hij zat weer op de garage. Wat later was hij alweer elders aan het leooooën. Als ik het geluid van die beesten hoor word ik altijd mentaal geteletijdporteerd naar de minst leuke periode van mijn leven: mijn eerste vijf weken in het UZ. In de tuinen rond de K12 zaten er twee pauwen, en die leoooooden er lustig op los. Af en toe ving ik er ook een glimp van op, in die dertig minuten per dag wanneer ik door drie verplegers in mijn rolstoel getild werd en door mijn ma naar het venster op de gang gerold werd. Dat was dan het halve uurtje per dag dat ik kon genieten van de zomer: van op het vierde, achter glas. Als ik dat beest nu hoor heb ik zin om een jachtgeweer te gaan kopen en hem met harde hand van mijn erf te jagen. Wordt dat eigenlijk gegeten, pauwen? Een andere mogelijkheid is ook dat ik probeer de negatieve associatie met die dieren te vergeten. Het zal optie nummer twee worden vermoed ik. Vroeger op de foor kon ik nog geen kaarske raken in het schietkot, wat zou ik nu een bewegend doel kunnen neerschieten. En zelfs mocht ik het kunnen, ik zou het niet kunnen.

Ons Mona was ook zeer gelukkig want hoera! Een hele dag lang aandacht krijgen en buiten lopen en spelen met water en ballen en andere rotzooi, da’s haar lang leven. Lopen, springen, in haar zwembadje gaan liggen om af te koelen, terug naar mij lopen en haar natte poten op mijn vers gewassen broek zetten, leuk toch. Het zal mij leren, met een hond als Mona moet je maar geen propere kleren aantrekken om in de tuin te spelen.

Kijk, dit is Mona die van het zonneke geniet:

zonnestraaltje

En de rest van de dierentuin:

alaise


Walnootjes

In de tuin hebben wij een walnotelaar. Walnoten zien er in onrijpe toestand uit als appeltjes, vind ik. Toch was ik er niet zeker van dat we wel degeljk van onze eigen, homegrown appels zouden kunnen genieten, dus riep ik het advies in van een vriend. Na zijn bevestiging (Twee stadsbewoners onder elkaar: “Ja, het zijn appeltjes. Zal voor september zijn”) wist ik het zeker, dus ik enthousiast tegen mijn madam: “we hebben appeltjes in onze tuin!”. And then the mockery began.

Walnoten blijken goed te zijn voor hart en aderen, dus dacht ik daarnet te gaan oogsten en een nootje of twee-drie te eten (aanbevolen hoeveelheid is 8 à 9 per dag). De ongetwijfeld honderden noten die we zelf niet zouden op krijgen zou ik dan uitdelen aan vrienden en familie, omdat ik wil dat die mensen goed zorgen voor hun hart en aderen. Maar neen, mijn vrouwke vond het grappig om aan ons Mona te tonen dat je die rare bruine stenen kan openbijten, en dat er iets eetbaars in zit. Gevolg: er blijft geen noot over voor ons. Ik kan me niet vlot bukken om iets op te rapen, en als ik nog maar aanstalten maak om iets op te rapen is Mona er al als de gesmeerde bliksem mee vandoor. Gééstig.

Een paar weken geleden stonden we in den Blokker naar een stel heel lelijke tuinstoelen te kijken, en na wat overleg kwamen we tot de conclusie dat de zomer toch eigenlijk al voorbij was en dat we maar beter wat konden wachten en volgend jaar meteen een stel stoelen kopen dat we wel mooi vonden. Maar wat lapt de grote stand-up comedian in the sky ons gisteren? Toch nog een zomerdagje! En ik heb er van genoten, kijk maar wat ik zag van op mijn handdoekske in het gras:

En ook: